De fiets van de zaak is sinds 2020 een serieus alternatief voor de auto, en in 2026 kiezen tienduizenden werkgevers hem als secundaire arbeidsvoorwaarde. De regels zijn echter strenger geworden, met scherpere afbakening van wat onder de bijtelling valt en wat als deelfiets is vrijgesteld. Wie als werkgever fietsen leaset voor personeel moet de fiscale spelregels kennen voordat het contract wordt getekend.
De Belastingdienst onderscheidt twee hoofdroutes: de bijtelling van 7 procent over de adviesprijs voor een fiets die ook privé wordt gebruikt, en de werkkostenregeling (WKR) waarmee je als werkgever de bijtelling voor je rekening kunt nemen. Daarnaast is er sinds 2026 een vrijstelling voor zuivere deelfietsen die alleen voor woon-werkverkeer worden ingezet. Hieronder lees je hoe ze samenhangen.
De 7 procent bijtelling: hoe het werkt
Stel je een fiets ter beschikking aan een werknemer die hem ook privé gebruikt — al is het maar af en toe naar de supermarkt — dan moet je in 2026 jaarlijks 7 procent van de consumentenadviesprijs (inclusief BTW) optellen bij het loon. Deze bijtelling komt zonder einddatum: hij geldt zolang de fiets ter beschikking staat, ook na 5 of 10 jaar.
Een rekenvoorbeeld: een e-bike met adviesprijs van 2.800 euro levert een jaarlijkse bijtelling op van 196 euro. Bij een belastingtarief van 37,07 procent — de eerste schijf in 2026 — betaalt de werknemer netto rond 73 euro per jaar aan extra belasting, oftewel circa 6 euro per maand. Voor een speed pedelec van 5.500 euro adviesprijs ligt de jaarlijkse bijtelling op 385 euro en kost dat netto ongeveer 12 euro per maand.
De werkgever betaalt geen sociale lasten over deze bijtelling, omdat het een fiscale loonbestanddeel is en geen daadwerkelijk salaris. Op belastingdienst.nl staat een rekenhulp waarmee je de exacte cijfers per situatie kunt nagaan. Belangrijk: de bijtelling geldt onafhankelijk van het aantal kilometers privé. Eén keer per jaar privé fietsen of vijf keer per week — fiscaal maakt het niet uit.
Werkkostenregeling: bijtelling weghouden bij de werknemer
Als werkgever kun je ervoor kiezen de bijtelling zelf te dragen via de vrije ruimte van de werkkostenregeling. In 2026 bedraagt die vrije ruimte 2 procent over de eerste 400.000 euro van de loonsom, en 1,18 procent over het meerdere. Voor een MKB-bedrijf met een loonsom van 600.000 euro is dat dus 8.000 + 2.360 = 10.360 euro vrije ruimte per jaar.
Door de fietsbijtelling als 'aangewezen werkkostenpost' op te voeren, betaalt de werknemer geen belasting over het privégebruik. Pas bij overschrijding van de vrije ruimte rekent de werkgever 80 procent eindheffing over het meerdere af. Voor de meeste werkgevers blijft de fietsbijtelling ruim binnen het budget: 196 euro bijtelling per fiets is verwaarloosbaar in een ruimte van duizenden euro's, zeker als andere kerstpakket- en attentie-uitgaven al verwerkt zijn.
Reken ook altijd voor of er andere uitgaven al een groot deel van de WKR opslokken. Sommige bedrijven gebruiken de vrije ruimte volledig voor jubilea, kerstpakket en bedrijfsuitjes; in dat geval is doorbelasten naar de werknemer fiscaal eerlijker.
De deelfiets-vrijstelling sinds 2026
Sinds 1 januari 2026 vervalt de bijtelling volledig voor zuivere deelfietsen die alleen woon-werk worden gebruikt. Een fiets is fiscaal een 'echte deelfiets' als hij door meerdere werknemers gebruikt kan worden, niet één-op-één wordt toegewezen, en niet meegaat naar huis. Een fietsenstalling op het terrein met sleutelboxsysteem voldoet meestal; een vaste e-bike die werknemer A elke avond mee naar huis neemt niet.
Voor werkgevers met een vestiging op een afgelegen bedrijventerrein — denk aan een logistiek centrum bij Tilburg of een productielocatie buiten een stadskern — is dit aantrekkelijk: een vloot deelfietsen voor het laatste stuk van station naar werkplek is volledig vrijgesteld, geen bijtelling, geen WKR-belasting. De Belastingdienst stelt wel als voorwaarde dat de fiets effectief deelbaar is, met een redelijke verhouding tussen aantal fietsen en aantal mogelijke gebruikers.
Lease, koop of werknemer-zelf: wat past?
De keuze tussen een fiets kopen voor je werknemer of een leasecontract afsluiten heeft fiscaal weinig gevolgen voor de bijtelling — die blijft 7 procent over de adviesprijs in beide gevallen. Wel verschilt de balansbehandeling. Bij koop activeer je de fiets en schrijf je hem in 5 jaar af; bij operational lease gaat de maandelijkse leaseprijs als kosten direct in de winst- en verliesrekening.
Operational lease bij gespecialiseerde fietsleasebedrijven (zoals Lease a Bike, Bikeflip, Hellorider en de in 2026 grotere spelers) ligt tussen 35 en 90 euro per maand, afhankelijk van fietsprijs en looptijd (meestal 36 maanden). In de leaseprijs zitten standaard verzekering, onderhoud en soms een verlies- of pechhulpdekking. Aan het einde van het contract kan de werknemer de fiets vaak overnemen tegen een marktconforme restwaarde van 10 tot 25 procent.
Een derde route is dat de werknemer de fiets zelf koopt en de werkgever een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal 0,23 euro per kilometer betaalt. Dit kan voordeliger zijn voor werknemers die toch al een fiets bezitten — vraag een fiscalist het door te rekenen voor jouw bedrijf.
Praktische valkuilen voor 2026
Vier dingen zien werkgevers het vaakst over het hoofd. De eerste is de adviesprijs versus de leaseprijs: de bijtelling rekent altijd over de oorspronkelijke consumentenadviesprijs, niet over wat jij als werkgever via een korting bij het leasebedrijf betaalt. Een fiets met 'normaal' 3.500 euro die jij voor 2.900 euro leaset, kost de werknemer alsnog bijtelling op 3.500 euro.
De tweede is dat een speed pedelec — die fiscaal als bromfiets geldt — niet onder de 7 procent fietsregeling valt maar onder de gewone auto-bijtelling. Pas op met snelle elektrische fietsen die meer dan 25 kilometer per uur halen. De derde is de combinatie met een leaseauto: een werknemer met een auto van de zaak met bijtelling kan tegelijk een fiets met bijtelling hebben, beide regelingen lopen los van elkaar.
De vierde valkuil zit bij stagiairs en uitzendkrachten: de bijtellingsregels voor fiets gelden alleen voor mensen op de eigen loonlijst. Een uitzendkracht die jouw fiets gebruikt valt onder zijn uitzendbureau, niet onder jou. Een advieswijzer over fiets van de zaak is opvraagbaar bij accountantskoepels en bij brancheorganisaties zoals MKB-Nederland.
Veelgestelde vragen over fietslease via werkgever
Hieronder de vragen die het vaakst leven bij ondernemers en HR-managers.
Veelgestelde Vragen
De bijtelling is 7 procent van de consumentenadviesprijs van de fiets, inclusief BTW, op jaarbasis. Voor een e-bike van 2.500 euro is dat 175 euro per jaar; voor een speed pedelec van 5.000 euro is dat 350 euro. De werknemer betaalt belasting over dat bedrag tegen zijn eigen tarief — bij de eerste schijf van 37,07 procent is de netto kostenpost dus circa 65 tot 130 euro per jaar. Het tarief van 7 procent geldt voor onbepaalde tijd, ook bij verlenging of overname van de fiets.
Ja. Je kunt de bijtelling als aangewezen post in de werkkostenregeling onderbrengen. Zolang de fiets en alle andere WKR-posten samen onder de vrije ruimte blijven (in 2026: 2 procent van eerste 400.000 euro loonsom plus 1,18 procent over het meerdere), betaalt niemand belasting. Boven die grens betaal je als werkgever 80 procent eindheffing. Voor een MKB-bedrijf met een normale fietsregeling blijft de fiets ruim binnen het budget. Leg de keuze WKR-of-werknemer altijd vast in de fietsregeling, zodat de Belastingdienst de keuze niet ter discussie kan stellen.
Een deelfiets is een fiets die door meerdere werknemers afwisselend gebruikt kan worden, niet één-op-één is toegewezen, en op het bedrijfsterrein blijft. Sinds 2026 geldt voor deze categorie geen bijtelling meer, mits de fiets uitsluitend voor woon-werkverkeer of zakelijk verkeer wordt gebruikt. Een fietsenstalling met sleutelboxsysteem op een bedrijventerrein voldoet meestal. Een fiets die werknemer A elke avond mee naar huis neemt, geldt nooit als deelfiets, ook niet als 'in theorie' iemand anders hem zou kunnen lenen. De Belastingdienst kijkt naar feitelijk gebruik.
Nee. Een speed pedelec heeft elektrische ondersteuning tot 45 kilometer per uur en wordt fiscaal als bromfiets behandeld. Daarvoor geldt niet de fietsbijtelling, maar de auto-bijtelling van 22 procent in 2026. Dat maakt een speed pedelec via de werkgever fiscaal veel duurder dan een gewone elektrische fiets. Voor een speed pedelec met adviesprijs 5.500 euro is de jaarlijkse bijtelling 1.210 euro in plaats van 385 euro. Wil je een snelle e-bike fiscaal voordelig regelen, kies dan een model dat tot 25 kilometer per uur ondersteunt.
Ja. De auto-bijtelling en de fiets-bijtelling lopen volledig los van elkaar. Een werknemer met een EV waarover hij 18 procent bijtelling betaalt, kan daarnaast een fiets met 7 procent bijtelling hebben. Beide bedragen worden bij het loon opgeteld. Veel werkgevers bieden de fiets juist aan in combinatie met een kleine elektrische auto, zodat woon-werkverkeer bij goed weer fietsend gaat en de auto voor langere ritten beschikbaar blijft. Vergeet niet de reiskostenvergoeding goed af te bakenen, want dubbele vergoeding voor dezelfde rit is fiscaal niet toegestaan.
Voor een goede e-bike met adviesprijs 2.500 tot 3.500 euro liggen leasetarieven in 2026 tussen 50 en 80 euro per maand bij een looptijd van 36 maanden. Een speed pedelec leas je tussen 95 en 130 euro per maand. In het tarief zit doorgaans verzekering tegen diefstal en schade, jaarlijks onderhoud, pechhulp en soms accuvervanging na een aantal jaren. Voor het exacte aanbod kun je leasebedrijven als Lease a Bike, Bikeflip, Hellorider en het keurmerk-aanbod via NFP — Nationaal Fiets Project — vergelijken op condities en BTW-verrekening.
Ja, vrijwel alle fietslease-aanbieders bieden een overnamemogelijkheid aan het einde van het contract. De prijs is meestal 10 tot 25 procent van de oorspronkelijke adviesprijs, afhankelijk van leeftijd en staat van de fiets. Belangrijk fiscaal: als de overnameprijs lager is dan de werkelijke marktwaarde, wordt het verschil als loon gezien en moet er belasting over betaald worden. De Belastingdienst hanteert tabellen om de marktwaarde per fietstype en jaargang te bepalen. Vraag bij twijfel een berekening op bij de leasemaatschappij voordat de werknemer tekent.